Geschiedenis van de molen

De houten bovenbouw (het achtkant) van de molen Windlust is in 1885 vanuit Delft overgeplaatst naar Nootdorp.

De molen te Delft: rechts de Oostsingel, links de OranjePlantage met de molen op de hoek met de Hopsteeg

De molen te Delft: rechts de Oostsingel, links de OranjePlantage met de molen op de hoek met de Hopsteeg

In Delft was de molen in 1781 gebouwd op de Hopsteegse toren (tussen de Oostpoort en de Koepoort). Hij was daar in gebruik als ‘run- en snuifmolen’ en de eigenaren waren meestal leerlooiers. Vanwege de overgang op stoomkracht in 1885 werd de windmolen overbodig en werd hij afgebroken en verkocht aan de Zegwaartse molenaar Huibert Blonk. De eerste steen van de onderbouw werd op 17 augustus 1885 gelegd door zijn 5½- jarig zoontje Leendert. Arend Blonk, de tweede zoon uit Huiberts eerste huwelijk, werd er molenaar. Huibert Blonk heeft niet lang kunnen genieten van zijn bezit. Hij kwam begin 1886 op 61-jarige leeftijd om het leven nadat zijn paard op hol geslagen was. Hij liet een vrouw en tien kinderen achter. De weduwe Blonk-Verhoeff verkocht de molen aan Arend Blonk.
Daarna wisselde de molen enkele keren van eigenaar. In 1922 kwam Hendrik Jongste uit Kethel als molenaar voor de Boerenbond werken. Hij werd pas in 1955 eigenaar van de molen. Van molenaar Jongste is onder andere bekend dat hij in de oorlogsjaren altijd voor iedereen klaar stond om voor weinig of geen geld graan te malen. In 1947 was hij een van de eersten die op één roede (dat is de doorlopende balk van twee tegenover elkaar liggende wieken) fokken met automatische remkleppen liet aanbrengen.

Lees verder…